Transitievisie Warmte (2): Keuzevrijheid versus betaalbaarheid

Nederland heeft in het Klimaatakkoord de ambitie vastgelegd om in 2050 van het aardgas af te zijn. Dit betekent onder andere dat woningen op een andere manier verwarmd moeten worden. Gemeenten hebben de regierol aangewezen gekregen. Om deze transitie vorm te geven hebben zij hiervoor een plan opgesteld, de zogenaamde Transitievisie Warmte (TVW). De meeste TVWs zijn vastgesteld in 2020 en 2021 en inmiddels zijn de eerste ervaringen met deze plannen opgedaan. Het is dus de hoogste tijd om te kijken wat goed gaat en waar ruimte is voor verbetering. 

In dit drieluik lichten we een aantal verbetermogelijkheden toe. Het eerste ging dieper in op participatie en later gaan we in op monitoring. In dit tweede deel gaan we in op de uitgangspunten keuzevrijheid en betaalbaarheid. Veel burgers, bedrijven en andere instanties zoeken naar manieren om van het aardgas te gaan. Hiervoor zijn verschillende technische mogelijkheden. Sommigen individueel en anderen collectief. Beiden zijn nodig om de gestelde klimaatdoelen te behalen, maar het komen tot de juiste oplossing voor de juiste locatie is lastig. Daarbij botsen verschillende uitgangspunten die vanuit de politiek veelvuldig worden benoemd. Zowel landelijk als gemeentelijk noemt bijna iedere bestuurder namelijk dat de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar moet zijn en dat iedereen zelf moet kunnen kiezen welke oplossing die wil. In de praktijk kan dit echter vaak niet allebei. Politici en bestuurders zouden dan ook een duidelijkere afweging tussen deze uitgangspunten moeten maken: willen we dat de warmtetransitie zo betaalbaar en goedkoop mogelijk is? Of willen we iedereen keuzevrijheid bieden?  

Er zijn verschillende technieken die het mogelijk maken om een woning of gebouw aardgasvrij te maken. Zo heb je individuele warmteoplossingen en collectieve warmtenetten. Hierna lichten we deze eerst toe voordat we ingaan op de afweging tussen beide.

Individuele warmteoplossingen
Voorbeelden van individuele warmteoplossingen zijn hybride en all-electric warmtepompen. Een voordeel hiervan is dat de woning- of gebouweigenaar op een zelfgekozen moment de cv-ketel kan laten vervangen voor een duurzame oplossing.

Doordat een warmtepomp op elektriciteit werkt door warmte te halen uit natuurlijke bronnen zoals de grond (geothermische warmte) of water, wordt er geen gas gebruikt. Wel gebruikt een warmtepomp veel stroom en vormen een extra belasting voor het elektriciteitsnet. Er wordt gewerkt aan warmtepompen met slimme energiesystemen om zo netcongestie te voorkomen. Ook hangt er een hoog prijskaartje aan het installeren van een dergelijke warmteoplossing en het aanbrengen van eventuele isolatiemaatregelen die nodig zijn. De investeringskosten kunnen verlaagd worden met verschillende subsidies die beschikbaar zijn, zoals de ISDE-subsidie en andere lokale subsidies. Ondanks deze subsidies zal het aanschaffen van een warmtepomp nog steeds prijzig zijn.

Warmtenet
Bij een collectief warmtenet worden woningen en gebouwen verwarmd met warmtebronnen, zoals met restwarmte, aardwarmte en aquathermie (warmte uit water). Met deze warmte wordt water verwarmd dat via een ondergronds buizenstelstel wordt getransporteerd naar woningen en gebouwen. Een warmtewisselaar geeft die warmte door aan de verwarming en kraanwater. Vooral in de gebouwde omgeving worden warmtenetten aangelegd om op deze manier straten, buurten of wijken van aardgas af te laten stappen. Er wordt ingeschat dat voor een derde van alle huizen in Nederland dit de beste warmteoplossing is. Anders dan bij individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, zorgt een warmtenet niet voor een extra belasting van het al volle elektriciteitsnet en is op deze manier een efficiënte manier van duurzame energielevering.

Een uitdaging is dat één energieleverancier de aansluitingen op het collectieve warmtenet regelt. Afnemers kunnen niet overstappen op een andere leverancier, iets wat wel mogelijk is met gasleveranciers. Verschillende energiebedrijven hebben de afgelopen tijd de prijzen van aansluitingen verhoogd door kostenstijgingen van aannemers, personeel en materiaal. Op deze manier is het lastig om aan de niet-meer-dan-anders principe te voldoen. Dit houdt in dat voor de afnemer de kosten en het verbruik via een warmtenet niet duurder mag zijn dan een vergelijkbare situatie met een aardgasgestookte ketel. Door de verhoogde prijzen door energiebedrijven stoppen woningcorporaties met het aansluiten van woningen op een warmtenet.

Kenmerken individuele warmteoplossingen en collectief warmtenet

Individuele warmteoplossingenCollectief warmtenet
Vorm warmteoplossingEen (hybride) warmtepomp.Ondergronds buizenstelsel met warm water woningen en gebouwen verwarmd.
Belangrijkste voordeelHoge mate van keuzevrijheid.In één keer kunnen vele straten, wijken of buurten van aardgas af.
Belangrijkste nadelen1. Extra belasting elektriciteitsnet.
2. Over het algemeen hoge investeringskosten voor individu.
1. Afhankelijk van één warmteleverancier.
2. Hoge investeringskosten voor de aanleg.

Keuzevrijheid versus betaalbaarheid
De landelijke politiek benadrukt vaak dat keuzevrijheid en betaalbaarheid belangrijk zijn in de warmtetransitie. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in veel TVWs zoals naar voren gebracht wordt door PBL in hun onderzoek naar TVWs. Er wordt echter vergeten dat keuzevrijheid en betaalbaarheid niet altijd hand in hand gaan en op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Kiezen voor een individuele warmteoplossing biedt keuzevrijheid, maar heeft ook een keerzijde: hoe meer mensen een losse pomp hebben, hoe minder betaalbaar een collectief warmtenet wordt. Dit komt doordat de investeringskosten van het warmtenet zo over een kleiner aantal afnemers verdeeld kan worden. Er geldt dus dat hoe minder woningen en gebouwen er mee doen, hoe minder rendabel een warmtenet is. Dit kan je repareren met hogere subsidies voor het warmtenet maar het gevolg is dan wel dat de totale kosten voor de warmtetransitie hoger zijn.

Gemeenten staan voor de uitdaging om een balans te vinden tussen keuzevrijheid en betaalbaarheid van warmteoplossingen. Het is belangrijk te erkennen dat deze twee uitgangspunten elkaar soms tegenspreken, waardoor het zaak lijkt dat gemeenten een richting kiezen tussen keuzevrijheid en financiële betaalbaarheid. Aan de gemeentelijke politiek de uitdaging om af te wegen hoe duur keuzevrijheid mag zijn.

Hoe ga je zelf om met de afweging tussen betaalbaarheid en keuzevrijheid? Of wil je hier verder over praten? Neem dan contact op met Olaf.

Olaf Stolwijk

Adviseur
olaf@bureau7tien.nl
in/olaf-stolwijk/