Transitievisie Warmte (1): Participatie

Nederland heeft in het Klimaatakkoord de ambitie vastgelegd om in 2050 van het aardgas af te zijn. Dit betekent onder andere dat woningen op een andere manier verwarmd moeten worden. Gemeenten hebben de regierol aangewezen gekregen om deze transitie vorm te geven. Zij hebben hiervoor plannen opgesteld, de zogenaamde Transitievisie Warmte (TVW). De meeste TVWs zijn vastgesteld in 2020 en 2021 en inmiddels zijn de eerste ervaringen met deze plannen opgedaan. Het is dus de hoogste tijd om te kijken wat goed gaat en waar ruimte is voor verbetering.

In een drieluik lichten we een aantal verbetermogelijkheden nader toe. In deze eerste blog staan we stil bij het participatievraagstuk. Hoe kan je bewoners betrekken bij de uitvoering van de TVW? En welke afweging maak je tussen de mate van participatie en representativiteit? In het tweede deel zoomen we in op keuzevrijheid en betaalbaarheid als uitgangspunten. In het laatste deel gaan we in op de monitoring van warmtetransitie. 

De warmtetransitie leidt tot aanpassingen in de huizen van mensen. Het is dus logisch dat gemeenten inwoners willen betrekken in het proces. Dit noemen we participatie. Gemeenten hebben op vele verschillende manieren een invulling gegeven aan participatie. Dit leidt tot inzichten in wat wel en niet goed werkt. Daarbij benadrukken we hier de twee belangrijkste inzichten:

  1. Wees expliciet over het niveau van participatie door middel van een participatieladder.
  2. Hoe hoger de trede op de participatieladder, hoe belangrijker de borging van representativiteit van de doelgroep is.

­­Bepalen participatieniveau met participatieladder
De participatieladder is een veelgebruikt instrument om het niveau van participatie te bepalen. Hierbij geldt dat hoe hoger op de ladder, hoe hoger de mate van participatie. Hoger op de ladder is niet altijd beter; dit hangt namelijk af van de verwachtingen en wensen vanuit de buurt, wijk of dorp. Het is mogelijk dat de trede op de ladder verschilt per wijk, buurt of dorp en dat er op meerdere treden tegelijkertijd geacteerd wordt. Ook kan het zo zijn dat het niveau van participatie per fase van het proces verschilt. Tijdens het opstellen van een plan kan dit bijvoorbeeld anders zijn dan tijdens de uitvoering. Het is belangrijk om dit per fase expliciet te maken. Wij onderscheiden, zoals te zien is in onderstaande tabel, zes verschillende treden. Hierna staan we kort stil bij de verschillende treden, beginnend bij de laagste trede (informeren).

Participatieladder

TredeBeschrijvingVoorbeeld
Zelf organiserenBurgers, mogelijk in de vorm van een burgergroep, zijn initiatiefnemers van het wijk- of buurtuitvoeringsplan. Gemeente faciliteert en ondersteunt.Burgercollectief neemt initiatief in opstellen uitvoeringsplan.
(Mee)beslissenGemeente en burgergroep werken samen aan plannen. Burgers, mogelijk in de vorm van een burgergroep, hebben zeggenschap in de keuze die gemaakt wordt voor een wijk- of buurtuitvoeringsplan.Stem in keuze voor warmtetechniek voor de wijk.
Coproduceren/ SamenwerkenGemeente ontwikkelt uitvoeringsplan samen met een burgergroep.Samen zoeken naar aardgasvrije alternatieven.
AdviserenGemeente nodigt burgers uit om te adviseren. Dit gebeurt vaak via burgergroepen, zoals een actie- of meedenkgroep, die de wijk vertegenwoordigen.Naamgeving uitvoeringsplan.
RaadplegenGemeente raadpleegt burgers voor het maken van een wijk- of uitvoeringsplan.Inspraakavonden of enquêtes.
InformerenGemeente informeert burgers over het maken van een wijk- of buurtuitvoeringsplan.Via informatieavonden, workshops of nieuwsbrieven.

Wanneer bewoners geïnformeerd worden over het maken van een wijk- of buurtuitvoeringsplan is de mate van participatie het laagst. Dit kan bijvoorbeeld via informatieavonden, campagnes of workshops. Het raadplegen van de wijk, een trede hoger, kan met behulp van enquêtes of inspraakavonden. Ook kan er gekozen worden om advies te vragen. Op deze trede kunnen actie- of meedenkgroepen gevormd worden die advies uitbrengen voor het wijk- of buurtuitvoeringsplan. Veel gemeenten lijken tot dusverre veel aandacht te schenken aan participatie op deze drie treden.

Bij coproductie werken gemeenten en bewoners samen aan het vormgeven van het uitvoeringsplan. Bewoners kunnen hierbij onderdeel zijn van de projectgroep die aan de transitie werkt. Bij een trede hoger, (mee)beslissen, hebben bewoners of bewonersgroep ook zeggenschap in de keuze die gemaakt wordt. In dit geval zal nagedacht moeten worden over de voorwaarden en uitgangspunten die hieraan verbonden zijn.

De hoogste mate van participatie is van toepassing wanneer burgers zelf het wijk- of buurtuitvoeringsplan organiseren. Ook hierbij zal nagedacht moeten worden nagedacht over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor overname hiervan en wat er van de gemeenten verwacht mag worden als het gaat om bijvoorbeeld ondersteuning, stimuleren en reguleren hiervan. Het uitvoeringsplan kan opgesteld worden door burgers zelf of een burgergroep, zoals een burgercollectief. Net als op de treden coproduceren en (mee)beslissen zouden energiecoöperaties en inwonersinitiatieven een schakel kunnen zijn in de samenwerking tussen de gemeente en bewoners. Dit soort burgerinitiatieven houden zich bezig vaak bezig diverse energieprojecten en kunnen een partner zijn in het aanpakken van de warmtetransitie.

Afweging laagdrempelige participatie en representativiteit
Het is het goed om te benoemen dat laagdrempelige participatie vaak niet representatief is. Sommige groepen worden op deze manieren minder bereikt of gaan niet in op een uitnodiging om te participeren. Wanneer we kijken naar de laagste trede, informeren, dan zien we veel verschillende communicatiemogelijkheden. Informatieavonden- en brieven zijn veelgebruikte middelen. Ook kan er gekozen worden voor actievere middelen, zoals energiespellen of wijksafari’s, waarmee een bredere groep burgers bereikt kan worden. Wanneer er participatie is in de vorm van een actie- of meedenkgroep ten behoeve van advies, dan zal om deze reden adviserend meegewogen moeten worden vanwege de vaak beperkte representativiteit. Daarbij zal ook het brede belang van groepen burgers die niet betrokken zijn in het achterhoofd gehouden moeten worden.

Om de participatievorm representatief in te richten kan gedacht worden om de bewonersgroep op basis van gewogen loting te vormen. Bij deze vorm van loting hebben bepaalde groepen een grotere kans om ingeloot te worden. Het is hierbij wel belangrijk een afweging te maken tussen budget en capaciteit. Het inrichten van een participatievorm op deze manier kan alleen uitgevoerd worden wanneer er budget, mankracht en tijd is. Mocht hier geen ruimte voor zijn kan er beter gekozen worden voor een lagere trede op de participatieladder.

Welke afweging tussen laagdrempelige participatie en representativiteit maak jij? Wil je hier verder over in gesprek? Of wil je meer weten over de participatieladder? Neem dan contact op met Olaf.

Olaf Stolwijk

Adviseur
olaf@bureau7tien.nl
in/olaf-stolwijk/