Evaluatie duurzaamheidsfonds en gebiedsfondsen gemeente Westerwolde

In het Klimaatakkoord is opgenomen dat burgers voor minstens de helft moeten kunnen meeprofiteren van de baten van lokale energieprojecten. Dit kan bijvoorbeeld als bewoners (mede) eigenaar worden een windmolen of zonnepark en door opbrengsten van opwekprojecten terug te investeren in de lokale omgeving. Gemeente Westerwolde is hier de afgelopen jaren mee aan de slag gegaan. De gemeente heeft het duurzaamheidsfonds en de gebiedsfondsen opgericht en sinds 2023 konden bewoners en organisaties subsidieaanvragen voor verduurzaming indienen. Gemeente Westerwolde, waar we eerder het beleid zonneparken en windmolens van herijkte, heeft Bureau 7TIEN gevraagd om een evaluatie van de werking van de fondsen om lessen voor het vervolg op te halen.

Afgelopen jaar konden bewonerscollectieven, stichtingen en verenigingen in de gemeente Westerwolde voor het eerst aanvragen indienen voor het duurzaamheidsfonds en de gebiedsfondsen. Het duurzaamheidsfonds heeft als doel om gemeentebreed te verduurzamen. De gebiedsfondsen zijn opgezet op winsten terug te geven aan de lokale omgeving van het desbetreffende zonnepark. Initiatiefnemers kunnen een aanvraag doen voor projecten waarbij een bijdrage kan worden geleverd aan duurzaamheid, leefbaarheid en/of biodiversiteit. 

We bespreken drie lessen uit de evaluatie die kunnen worden toegepast op nieuwe duurzaamheidsfondsen waarbij ingezet wordt op lokaal eigendom.

1. Maak duidelijk voor welke thema’s het fonds is bedoeld en beschrijf concreet wat onder deze thema’s verstaan wordt

De termen duurzaamheid, leefbaarheid of biodiversiteit kunnen op veel verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Het is daarom van belang om duidelijk te maken wat we hier gezamenlijk mee bedoelen. Zo betekent de term duurzaamheid voor een bestuurder, een ambtenaar of initiatiefnemer voor alle drie iets anders. Voorbeelden wat wel of niet onder een aanvraag valt kunnen helpen bij de concretisering van de term. In Westerwolde is na de beschikking een beoordelingsformulier opgesteld en vastgesteld wat in de concretisering van de termen voorzag.

2. Gerichte communicatie en informatievoorziening, nauwkeurig afgestemd op de behoeften en verwachtingen van bewoners, kan aanzienlijk bijdragen aan het succes van het fonds

De fondsen zijn gericht op bewoners en het is van belang om goed aan te sluiten op deze doelgroep. Kies voor communicatiemethoden die al lokaal worden ingezet, zoals buurtkranten, nieuwsbrieven of verenigingsblaadjes, of sluit aan bij lokale evenementen. Voorbeeldprojecten kunnen helpen om de fondsen minder abstract te maken voor bewoners en inzichtelijk te maken voor welke activiteiten een aanvraag kan worden ingediend. De uitreiking van een subsidie mag best gepaard gaan met wat feestelijkheid, zo ontstaat er reuring rondom het fonds.

3. Denk na over een monitoringsstructuur bij het opzetten van een fonds zodat tijdig bijgestuurd kan worden

Monitoring wordt vaak gezien als iets voor later. Maar vooraf nadenken over welke indicatoren je van initiatieven nodig hebt, scheelt veel werk bij de verantwoording van de verordening. Hoe worden budgetten gemonitord? Hoe ga je met aanvragen om wanneer het budget op is of het budget juist niet is uitgeput? Tot slot geeft een monitoringssysteem inzicht in hoeverre de aanvragen in bijdragen aan de thema’s en eventuele doelstellingen van het fonds. Dit maakt het inzichtelijk of er bijgestuurd moet worden wanneer hier niet aan wordt voldaan.

Ben jij of een collega verantwoordelijk voor een soortgelijk fonds of subsidieregeling en wil je eens in gesprek om hierover te sparren? Neem dan contact op met Jesse.

Jesse de Graaff

Adviseur
jesse@bureau7tien.nl
in/jessedegraaff/
+31 (0) 629590188